Een Romeins paleis was het residentieel gebouw waarvan de keizer zelf gebruik maakte, maar ook als bestuurscentrum diende voor de regering over Italië en andere provincies. In deze rubriek zullen we ingaan op de geschiedenis van de verschillende Romeinse paleizen die tijdens het Romeinse Keizerrijk werden gebouwd.

Een overzicht van de verschillende types van paleizen

De keizersresidensen in Italië waren meestal gelegen nabij de havenstad Ostia Antica of langs een zeedijk. Het was in deze locaties dat ze hun schepen lieten bouwen en waar vandaan hun goederentransporten werden gecoördineerd. Andere centra, zoals Parijs (Lutetia), Rome romanpalacecasino.nl zelf (Augustus’ eerste residentie aan het Forum Romanum) of de villa in Capri waar Augustus een van zijn liefdespaleizen had gebouwd, waren ook beschikbaar.

Verschillende keizerlijke paleizen

De meeste bekendere en beruchte palatijnen werden later opgetrokken door andere keizers. Zo is het « Palais de Rome » (later een van Napoleons ministeries), gelegen in Parijs, eigenlijk de oorspronkelijke vestiging van Augustus’ vleugel.

Andere soorten gebouwen werden weliswaar niet altijd als paleis beschreven. Het « Palais Imperial » bij Forum Romanum was een van de talrijke tempels die werd gebruikt door de keizer en diens gevolg. Echter, men noemde het geen ‘paleis’, omdat er zich inderdaad niets leek aanwezig te zijn van de gewone woontuinen waarop mensen uit Rome of elders zouden leven.

Historisch belang

Tijdens de 17e eeuw was het Paleis een populair toeristenbestemming. Het bestond vooral tijdens het tweede en derde keizertijd, toen het werd voltooid in zijn huidige vorm met de aanleg van een binnenplein en de bouw van verschillende gebouwen zoals paleizen, tuinen, tempels, theaters en nog veel meer.

Voorwerpen

Een aantal antieke werken uit dit gebied hebben overleefd tot op deze dag. Zo is er de Vaticaanse Musea, die in Rome gelegen zijn. Daarbinnen bevinden zich nog een aantal stukken van het Romeinse Keizerrijk waaronder zes marmeren buste van de keizers Antoninus Pius, Marcus Aurelius en Septimius Severus.

Het bestaat voornamelijk uit relikwieën met Romeinse afmetingen. Eén voorbeeld hiervan is een gebouw in Ostia Antica die werd gebruikt als paleis door het tweede Keizerrijk van Constantijn. Uiteraard niet te zien is de bekende Stilvanapaleis, die zich opgericht hield langs de route van het legioen in Italië.

Eén voorbeeld hiervan was een paleis dat in 1918 werd gevonden door een Italiaanse archeoloog. Daarbij gaat men ervan uit dat ze er al voordat Constantijn regeerde waren aangelegd, die tijdens zijn regering echter wel geheel vernieuwd en verbouwd werd.

In het algemeen hebben de palazzi niet alleen hun praktische nut gehad maar ook een belangrijke rol gespeeld in de symboliek van de Romeinse keizer. Zo verwijst de naam « Palazzo Imperial » naar de machtige positie van de keizer binnen zijn rijk en richtte men zorgvuldig het interieur uit in de vorm van het gehele Römisch Reich.

Sociologische invloed

De tijd dat deze gebouwen werden gebruikt was een periode waarin sociale verwantschappen tussen Romeinen flink veranderden. Bijvoorbeeld, toen Constantijn I regeren rees het aantal huwelijken tussen keizerlijke familieleden en non-Romaanse personages enorm.

Het idee om de palazzi te bewonen is hierdoor mogelijk niet langer met een gezin van Römische edelen of soldaten gedaan geweld. De machtige positie die men als regent in deze gebouwen had, ging overigens hand in hand met een verhoogde sociale status.

Uitgangspunt voor de bouw

Bij het bouwen van een nieuw paleis was er bijna altijd wel enkele eisen dat moesten worden volgens. Om te beginnen is voornamelijk rekening gehouden met het aantal mensen dat binnen zou blijven wonen, want als men op zoek ging naar een ruimte voor de keizer zelf, dan mocht hij in geen geval opgesloten zitten.

Als we ons laten leiden door wat we weten over hun wensen van een paleis bij Augustus’ tijd (vooral gericht geweest op comfort), dan wordt het duidelijk dat deze mensen niet voor luxe woningen, maar voor praktische gebouwen met veel ruimte gekozen hadden.

Naar gelang de positie en rang van de bezitter zou men inderdaad vaak ook nog zoveel mogelijk naar een andere bestemming zoeken. Zo namen zij als heerser vaak eerst het fortuin dat zij verworven hadden teniet door zich op te offeren voor hun leger, of wat er dan overbleef werd onderdeel van de ontploffing die voortkwam uit deze campagnes.

Een ander punt waar men aan moest denken is hoe ze ervoor zouden kunnen zorgen dat het gebouw ook afdoende zou beschermen tegen invallen en aanslagen. Zoals bekend, waren keizers vaak erg bang voor inmenging van anderen die hen wilden verdrijven.

De tijd werd gekozen om de bouwkundige stijl te bepalen

Vervolgens is het uiterlijk een van de belangrijkste factoren geweest. Het viel echter wel vaak moeilijk om deze aspecten op elkaar af te stemmen, aangezien men ook rekening hoorde te houden met alle praktische bezwaren die hierdoor ontstaan konden gaan. Zo was een van de belangrijkste zorgen bij het bouwen dat dit niet zo veel tijd en geld zou kosten.

Verschillen in architectuur

De verscheidenheid aan stijlen wordt voornamelijk te danken geweest aan hun rijke historische context, die zich uitstrekte over diverse continenten. Het Romeinse Rijk, dat zowel een van de meest bekende als ook meest gevaarlijke keizerlijken had gekend en met veroveringen tot in Egypte reikte, liet zijn sporen na op architectuur.

Om dit te begrijpen moet men weten hoezeer het rijk gebouwd werd door individuele steden of provincies die zowel als deel van een groter geheel hun eigen structuren ontwikkelden en vooral in de loop van de eeuwen met steeds meer invloed kwamen te staan.

De bevoegdheid om te bouwen was namelijk eerst bij Rome zelf geweest, maar het had al gauw naast diens gebied ook welke regio dan ook gekregen. Zo zowel in Italië als elders in de veroverde landen werden reeds tijdens keizerlijk bewind onder Constantijn vele nieuwe woonhuizen en andere openbare bouwwerken opgetrokken.

Een van de beste voorbeelden hiervan is het « Palais de Rome » bij Ostia Antica. Door hun rijkdom mochten zij zeker niet verhongeren maar hadden ook wel vaak een stuk grond nodig die men als tuin of binnentuin kon gebruiken, om zo te kunnen werken aan projecten zoals opklimmen van gebouwen en bijvoorbeeld het creëren van een kleine begraafplaats in de directe omgeving.

Zo’n zware verantwoordelijkheid van Constantijn had wel duidelijke gevolgen. Met zijn eigen macht over Italië nam men zichzelf echter meteen ook gelukkig mee, en zo was het dus geen noodzaak om een extra stenen schatkist in de directe buurt te zetten voor het verzekeren van een veilige toekomst.

Verschillen in vormgeving

Vervolgens moet er natuurlijk rekening worden gehouden met hoe men dacht dat bepaalde gebouwen opgebouwd mochten zijn. In de loop der tijd ontwikkelen verschillende regio’s hun eigen architecturale stijlen, vaak in overeenstemming met het lokale materiaal en culturele tradities.

Een van de meest bekendere voorbeelden is natuurlijk wel de Romeinse tempelstijl uit Italië, waarbij men vaak rekening hield met een klassieke of griekse stijl. Hieronder valt bijvoorbeeld ook de bouwvorm die men gebruikte om gebouwen als het « Palais de Rome » in Ostia Antica op te trekken.

In tegenstelling tot wat men nu misschien wel zou verwachten was echter niet elke keizer uit deze tijd zo bezig met ‘s werelds meest fantastische architecturale scheppingen. Bij Constantijn I is dan ook geen enkel stuk van een paleis of tuin beschreven in de geschiedenis.

Voorbeelden hiervan zijn te zien aan het « Palais Imperial » bij Ostia Antica, waarbij men zowel niet rekening hield met luxe woningen als opvallende architectuur. Met andere woorden: het is alsof een paleis werd gebouwd om voornamelijk uit te dienen als administratief centrum en vermoedelijk ook nog voor de ontvangst van gasten.

Ook in tegenstelling tot wat men soms lezen zou denken, waren deze keizers niet per sé met een enorm stuk grond bezig. Vooral tijdens het tweede Keizerrijk is men bijvoorbeeld overal gaan bouwen: zo hield Constantijn deels rekening met het feit dat zijn gebied steeds groter werd.

Maar aangezien dit dus meer was gericht op een efficiënter gebruik van bestaande ruimte en minder om zo veel mogelijk grond bezet te houden, zie je hier natuurlijk niet zoveel openbare bouwwerken in. Daarmee kwam men wel vaak tot de meest praktische oplossingen.

Het gevolg hiervan was dat er vooral werd rekening gehouden met het creëren van ruimte waarbij deze dan weer veelal zou worden afgegeven voor niet-woningen of woningen die zich daarnaast geregeld bleven verhogen, wat natuurlijk wel de beste manier is om de ruimte optimaal te benutten.

Ge